Je zit aan tafel met de plattegrond. De verbouwing komt steeds dichterbij en ineens moet er iets besloten worden over verlichting. Waar komen de lichtpunten? Waar willen we spotjes? Hoeveel hebben we er nodig??

En voordat je het weet, staat het plafond vol rondjes. Boven de keuken, boven de zithoek, nog een paar bij de kast, misschien ook nog boven de gordijnen. Want ja, licht is licht toch?

Nou… Niet dus!

Spotjes kunnen nuttig zijn, maar spotjes zijn geen lichtplan. En al helemaal geen sfeerplan! Een huis vol plafondspots is net een landingsbaan. Geen warmte, geen diepte en dus compleet ongezellig.

Een goed lichtplan begint niet bij de vraag hoeveel spots er in het plafond passen. Het begint bij hoe je leeft in de ruimte. Waar je zit, leest, eet, werkt en ontspant. Waar je juist sfeer wilt voelen in plaats van het gevoel te krijgen dat je in een autoshowroom zit.

Een spot is bedoeld om iets uit te lichten

Wat is een spotje? Het woord zegt het eigenlijk al. Een spot is een spotlight. In het theater sta je in een spot. Het is: een gerichte bundel licht die aandacht geeft aan iets specifieks. Dat is precies waar spotjes goed in zijn.

Je gebruikt ze om kunst uit te lichten, een haard extra aandacht te geven, mooie gordijnen aan te stralen of een materiaal op een wand tot leven te brengen. Dan hebben spots de functie waar ze voor bedoeld zijn en voegen ze iets toe aan de sfeer van een ruimte.

Maar wanneer je spotjes gaat gebruiken als oplossing voor alles, wordt het een autoshowroom. Als één type lamp het hele interieur moet dragen, is het alsof je hele gerecht alleen maar uit aardappel bestaat, zonder kruiden.

Het resultaat is een ruimte die van bovenaf hard wordt verlicht. Alles is zichtbaar en niks krijgt karakter. Een gave designbank, prachtige kleuren, mooie meubels, duur behang, supergaaf! Maar zodra het licht aangaat, valt de sfeer weg en ziet alles er supergoedkoop uit. Dan heb je geen lichtplan gemaakt, maar een plafond vol noodoplossingen.

Eerst bedenken wat licht moet doen, daarna pas waar de draad komt

Als interieurontwerper zie ik het gewoon te vaak gebeuren: Het lichtplan en het elektraplan worden op één hoop gegooid. Maar ze zijn niet hetzelfde.

Een lichtplan gaat over beleving. Welke verlichting heb je nodig om sfeer, functie en diepte te maken? Waar wil je helder licht hebben om te koken, lezen of werken? En waar wil je juist zachter licht? Welke wand, hoek, stof of kunst mag aandacht krijgen?

Een elektraplan is de technische vertaling daarvan. Daarop staat waar elektrapunten, stopcontacten, schakelaars en aansluitingen moeten komen. Waar een hanglamp wordt aangesloten, waar een vloerlamp stroom nodig heeft en waar je straks gewoon je telefoon wilt kunnen opladen zonder een verlengsnoer door de kamer te trekken.

Het lichtplan bepaalt dus wat je wilt bereiken. Het elektraplan zorgt dat het technisch mogelijk wordt. Als je begint bij het elektraplan zonder goed lichtplan, begin je eigenlijk aan het einde. Basically, hoe het bij nieuwbouw gaat. Je krijgt een elektraplan en moet hier zelf iets op verzinnen.

Verlichting bedenk je niet als de muren al dicht zijn

Verlichting hoort bij het interieurontwerp. Niet als extraatje achteraf, maar als onderdeel van het totaalplan.

Want voordat je weet waar licht moet komen, moet je weten hoe de ruimte wordt ingedeeld. Waar komt de bank? Waar staat de eettafel? Waar lees je? Waar wil je werken? Waar komt kunst? Welke wand krijgt dat gave behang? Waar wil je sfeer en waar heb je juist goed functioneel licht nodig?

Pas als die vragen zijn beantwoord, kun je bepalen waar hanglampen, spotjes, wandlampen, vloerlampen en stopcontacten moeten komen. En pas daarna kan een goed elektraplan worden gemaakt.

Dit is precies waarom een interieurontwerp zo belangrijk is en veel eerder moet starten dan mensen vaak denken. Interieurontwerp gaat niet alleen over het gezellig maken van een ruimte wanneer de verbouwing klaar is. Een goed interieurontwerp zorgt dat verbouwing, indeling, verlichting, kleur, meubels en afwerking vanaf het begin met elkaar samenwerken.

De juiste volgorde is dus niet: eerst verbouwen, dan elektra, dan lampen zoeken. De juiste volgorde is: eerst het interieurontwerp, daarin het lichtplan, daarna het elektraplan en dan pas uitvoeren.

Niet elke lamp heeft dezelfde taak

Een goed lichtplan bestaat uit verschillende soorten verlichting. Dat klinkt misschien technisch, maar eigenlijk is het heel logisch. Niet elke lamp hoeft hetzelfde te doen.

Basisverlichting zorgt dat je een ruimte goed kunt overzien. Functionele verlichting, ook wel taakverlichting genoemd, helpt je bij wat je doet: koken, lezen, werken of andere taken waarbij je iets goed moet kunnen zien. Sfeerverlichting zorgt voor warmte, diepte en gezelligheid. Dat is het licht waardoor een ruimte prettig aanvoelt.

Het probleem ontstaat wanneer spotjes al die taken tegelijk moeten oplossen. Dan vraag je aan één soort verlichting om alles te kunnen. Dat is alsof je één meubelstuk koopt en verwacht dat het bank, eettafel, kast en bed tegelijk is. Leuk idee, waardeloos interieur.

Juist de combinatie maakt het sterk. Een leeslamp naast de bank. Een tafellamp op een dressoir. Vloerlampen die een donkere hoek verzachten. Een hanglamp boven de eettafel. Spotjes die gericht iets uitlichten in plaats van de hele ruimte plat te slaan. Dan ontstaat er sfeer.

Licht heeft hoogte nodig

Een van de grootste problemen in veel woningen is dat al het licht van boven komt. Spotjes, plafondlampen, hanglampen. Alles hangt boven je hoofd en schijnt naar beneden.

Maar een fijne ruimte heeft licht op verschillende hoogtes nodig. Laag licht bij een bijzettafel. Licht op ooghoogte aan een wand. Licht boven de eettafel. Licht dat langs een gordijn valt. Licht dat een schilderij raakt. Licht dat een hoek verzacht.

Door verlichting in hoogtelagen te gebruiken, krijgt een interieur diepte. Je ogen hebben plekken om naartoe te gaan. De ruimte voelt zachter, rijker en beter in balans.

Alleen plafondlicht maakt een interieur plat. En nee, dat los je niet op met nog drie extra spotjes.

Een lichtplan zonder interieurplan blijft half werk

Een los lichtplan kan. Soms is dat nodig en soms kan het zeker helpen. Maar eerlijk? Ideaal is het zeker niet.

Een lichtplan hoort aan te sluiten op je interieur. Op de indeling, meubels, kleuren, materialen, kunst, raambekleding en de manier waarop je leeft. Als die basis nog niet goed staat of niet goed is uitgedacht, dan wordt een los lichtplan al snel een technisch lapmiddel.

Make-up on a pig, so to say.

Je kunt altijd licht toevoegen, maar als de indeling niet klopt, de meubels verkeerd staan of de sfeer nog geen duidelijke richting heeft, dan lost verlichting niet alles op. Licht versterkt wat er is. Dus als de basis goed is, maakt licht het fantastisch. Als de basis rommelig is, licht je vooral de rommel beter uit.

Wat een goed lichtplan uiteindelijk doet

Een goed lichtplan zorgt ervoor dat je huis niet alleen zichtbaar is, maar ook prettig voelt. Je kunt koken, lezen, werken en ontspannen zonder dat dezelfde lamp alles moet doen. Je kunt sfeer maken zonder in het donker te zitten. Je kunt accenten leggen op mooie elementen in plaats van alles even hard te verlichten.

En misschien nog wel belangrijker: je interieur blijft kloppen wanneer de lampen aangaan.

Een goed lichtplan begint niet bij spotjes

Een lichtplan is veel meer dan een paar spotjes in het plafond. Het is een onderdeel van je interieurontwerp en bepaalt hoe een ruimte voelt, werkt en gebruikt wordt.

Spots kunnen prachtig zijn, maar alleen wanneer ze doen waar ze goed in zijn: gericht uitlichten. Voor sfeer heb je lagen nodig. Verschillende hoogtes. Verschillende soorten licht. En vooral een plan dat aansluit op hoe jij woont.

Wil je een interieur dat ook ’s avonds klopt? Dan begint dat niet bij spotjes. Dan begint dat bij een goed doordacht interieurontwerp.

Neem verlichting meteen mee in je interieurontwerp

Wil je voorkomen dat je straks een prachtig interieur hebt dat alle sfeer verliest zodra de verlichting aangaat? Dan is het slim om verlichting vanaf het begin mee te nemen in je interieurontwerp.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp