Je hebt er tijd in gestoken. Nagedacht over van alles en nog wat. In verschillende winkels op banken gezeten. Meerdere keren terug naar de verfzaak voor die ene juiste kleur. Online gezocht naar mooie lampen. Misschien zelfs nog getwijfeld over een behang.

Je hebt gekeken, gezocht en vergeleken. Misschien zelfs al meerdere keren iets vervangen omdat het toch niet helemaal werkte.

Je hebt gekeken, gezocht, vergeleken. Misschien zelfs al meerdere keren iets vervangen omdat het toch niet helemaal werkte. En alsnog voelt het interieur niet zoals je had gehoopt. Je vindt je interieur niet slecht. Maar ook zeker nog niet goed. Je blijft het gevoel hebben alsof er iets ontbreekt, zonder dat je precies kunt aanwijzen wat. Dat frustreert.

Het probleem zit zelden in één keuze

Wat je niet moet verwachten, is dat één aanpassing het verschil gaat maken. Een andere kleur, een nieuw meubel of die ene lamp die het geheel dan wel “af” maakt. Je probeert het ene, en het andere voelt ineens niet zo goed meer.

Het probleem in je interieur ligt niet bij één verkeerde keuze die snel te fixen is, maar doordat je de interieurkeuzes los van elkaar hebt gemaakt. Stuk voor stuk logische keuzes. Een bank die lekker zit met een mooie stof, die kleur op de muur. Dat gave stoeltje. Ik bedoel het niet verkeerd, het zijn geen slechte keuzes. Maar je hebt ze los van elkaar gemaakt, niet samen. En juist dat zorgt voor die onrust.

Waarom losse keuzes niet samenwerken

Wanneer je een interieur stap voor stap opbouwt, beoordeel je alles op zichzelf.

Zit deze bank lekker?
Is deze kleur mooi?
Kan ik deze kast hier kwijt?

Wat je op dat moment mist, is het totaalbeeld. Hoe gaat alles samenwerken in de ruimte?

Hoe verhoudt een meubel zich tot de rest?
Passen kleuren echt bij elkaar als je ze nooit naast elkaar hebt gezien?
Wat doen materialen met elkaar?

Zonder dat overzicht voelt een interieur zelden logisch.

Het moment waarop het begint te wringen

Dat merk je pas later, wanneer alles staat. Wanneer die bank staat, die in de winkel zo klein leek en nu…. Wanneer de kleur op de muur anders oogt naast de eettafel. Wanneer die lamp op een ‘rare’ plek lijkt te hangen.

En dan begint het aanpassen: Dan maar een andere lamp. Een vloerkleed in een andere kleur. Misschien toch een andere kleur op de muur. Je wordt aan het twijfelen gebracht, omdat het niet kloppend voelt.

Waarom het blijft terugkomen

Denken dat het probleem zit in geen smaak hebben of dat je lelijke keuzes maakt, dat is het niet. Het probleem is dat je het interieur nooit als geheel hebt bedacht. Je bent wel uitgegaan van ongeveer welke stijl (ofwel wat je mooi vindt), en welke kleur je ongeveer wilt. Maar je had al geen duidelijk eindbeeld waar alle keuzes naartoe kunnen werken. En zonder dat eindbeeld blijf je reageren op wat je dan net hebt.

Een nieuwe bank, daar moet die muurkleur bij passen. Daar moet ik dan een leuk kleed bij hebben. En daar de gordijnen dan weer bij. Je loopt constant vast, omdat je rekening moet houden met de vorige keuzes.

Wanneer een interieur wél klopt

Een interieur voelt goed wanneer alles samenwerkt.

Wanneer de indeling logisch is.
Wanneer kleuren elkaar versterken.
Wanneer materialen en verlichting elkaar aanvullen.

Dat moment waarop je binnenkomt en denkt: Ja, dit voelt alsof het altijd zo had moeten zijn.

Hoe je dit voorkomt

Niet door nóg beter je best te doen bij elke losse keuze, maar door eerst te bepalen waar je naartoe werkt.

Een goed interieur begint met een plan. Een helder beeld waarin indeling, kleur, materialen en verlichting al samenkomen voordat je iets koopt.

Dus

Als je interieur niet klopt, ligt dat niet aan ‘slechte keuzes’. Het ligt bijna altijd aan het ontbreken van dat duidelijke plan.

En dat duidelijke plan, daar kan je zelf in vastlopen. Aangezien ik als interieurontwerper dit al meer dan 10 jaar doe, weet ik precies waar ik op moet letten om jouw smaak samen te voegen met wat er kan in jouw interieur. Laten we dit bespreken.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp